
Kan het vervangen van de elementen in je oven echt zorgen voor een verlaging van je energierekening met 20%? Als je ooit op een plek hebt gewerkt waar plastic wordt verwerkt, weet je hoe het er aan toe gaat. Er zijn enorme ovens die enorm veel energie verbruiken; ze proberen blijkbaar het hele gebouw te verwarmen, in plaats van alleen de onderdelen die verwerkt moeten worden. Ze zijn meestal de grootste energieverbruikers in het gebouw. Mensen vragen mij steeds: “Kan ik gewoon kwarts-infraroodlampen gebruiken, zodat mijn energierekening met 20% daalt?” Het korte antwoord is ja. Maar er is wel een nadeel. Waarom het werkt Oude resistieve verwarmers werken langzaam. Ze besteden al hun energie aan het opwarmen van de lucht, waardoor deze vervolgens de onderdelen opwarmt. Het is een indirect proces, waardoor warmte via de muren van de oven naar buiten lekt. Kwarts-infraroodlampen werken anders. Ze sturen straling rechtstreeks naar het plastic. Je verspilt geen energie door de lucht in de oven op te warmen; de warmte komt precies waar het nodig is. Het is sneller. Veel sneller. En dat betekent dat de oven minder energie hoeft te verbruiken. Waar mensen fout gaan Je kunt niet zomaar lampen kopen met dezelfde vermogenswaarde en denken dat dat voldoende is. Dat is een beginnelijkersfout. Je moet ervoor zorgen dat de golflengte van de lamp overeenkomt met het type plastic dat je gebruikt. Als de golflengte niet goed is, zal de warmte gewoon afketenen op het oppervlak van het plastic. Dan betaal je voor energie die eigenlijk wordt geremd door het product. Verder is er nog het aspect van de bediening. Ik heb ingenieurs gezien die deze hoge-dichtheidslampen installeerden, maar hun oude mechanische relais bleven gebruiken. Dat is een grote fout. Kwarts reageert onmiddellijk, terwijl die oude relais dat niet kunnen. Hierdoor ontstaan grote temperatuurschommelingen, waardoor je doel niet wordt bereikt en al die besparingen verloren gaan. Je hebt PID-regelaars en SSR’s nodig om alles soepel te laten verlopen. De financiële kant Als je op zoek bent naar een ‘groene’ oplossing die geen grote verbouwing vereist, dan is dit de juiste keuze. Je hoeft de oven niet weg te gooien; je hoeft alleen de onderdelen te vervangen. Omdat de initiële kosten relatief laag zijn vergeleken met het kopen van een nieuwe oven, wordt de terugverdientijd meestal snel behaald. Bovendien is het een goede manier om gebruik te maken van de subsidies voor duurzame technologieën, zonder dat je grote investeringen hoeft te doen. Eén ding moet je wel onthouden: omdat je de onderdelen met meer geconcentreerde warmte bereikt, moeten de koelzones ook in staat zijn om dit aan te kunnen. Anders krijg je onderdelen die vervormd raken. En dat is zeker niet wat je wilt.